Analyse: Tussen Gekken & Gajes

‘Om een wereldje te leren kennen, moet je zelf meedoen’ is het motto van Stella Braam. De Nederlandse journaliste deed letterlijk mee voor het schrijven van Tussen Gekken & Gajes, waarbij ze undercover ging in de wereld van daklozen, drugsbendes en geldwitwassers. Braam schreef haar avonturen in de undercover-journalistiek op met niet alleen gebeurtenissen en ontdekkingen waarvan je mond open zakken, maar ook een zeer duidelijke mening. 

Het moet anders, lijkt dit boek te roepen naar de hulpverlening van daklozen en drugsverslaafden. In drie hoofdstukken mengt Stella Braam zich tussen de portiekslapers van Amsterdam, de cokescene, de daklozen in Hoog Catherijne en slaapt ze tussen de inwoners van Schipholstad. Het wordt in elk van deze hoofdstukken duidelijk dat het leven op straat geen pretje is, maar dat er veel te weinig aan wordt gedaan om de situatie te veranderen.

Het oneerlijke leven van de portiekslapers

Er gaat een hardnekkig gerucht in de portiek: de gemeente Amsterdam beschikt over tien miljoen gulden, ongebruikt en voor de opvang van daklozen is het schokkende feit dat ter sprake komt in het eerste hoofdstuk. Feit, want achter elk hoofdstuk geeft Stella Braam een extra uitleg of overzicht met gebruikte literatuur voor de gegevens. Hieruit blijkt dat van die tien miljoen er uiteindelijk maar tweeënhalf is uitgegeven zonder succesvol te zijn. Hoe dat komt? Veel reguliere voorzieningen weren daklozen en verslaafden: voordat zij aan allerlei hulpprogramma’s mogen meedoen, moeten zij afkicken en een woning vinden. Dat is maar weinigen vergund. De verzelfstandigde woningbouwverenigingen staan niet te wachten op zulke bewoners. (blz 29)

Hoe lastig het is voor dak- en thuislozen (iemand die van de voorzieningen voor daklozen gebruikmaakt, zoals passantenverblijven, nacht- en dagopvang, dagactiviteitencentra en internaten, volgens de in het boek opgenomen definitie van De Gezondheidsraad) om af te kicken, blijkt als Braams avonturen redelijk uit de hand lopen. In de tijd dat ze op straat woont, van 1998 tot 2001, raakt ze zelf verslaafd aan drugs. In het boek wordt beschreven hoe ze met crack experimenteert om het “uit te proberen”. Al op het moment dat ik het lees denk ik ‘Nee Stella, nee, doe het nou niet’, want al gauw wordt Braams participerende journalistiek iets té participerend.

Gaan drugs en waarheid samen?

Al met al levert het wel een goed verhaal op, dichterbij de werkelijkheid kun je niet komen. Toch zet ik enkele vraagtegens bij de hoofdstukken, want hoe helder kan je alles nog herinneren als je drugsverslaafd bent? De verhalen zijn goed en de gegevens die worden genoemd en enkele krantenartikelen die worden geciteerd maken het rond en compleet, maar toch twijfel ik. Als je namelijk af en toe leest hoe verward de daklozen zijn, lijkt het net alsof Stella degene van het stel is die nog het beste bij het volle verstand is, maar was dat op het moment wel zo? Of heeft Stella met behulp van aantekeningen dingen zo goed mogelijk onthouden en toen alles uitgeschreven, mogelijk zelfs wat aangevuld? Wat Stella meemaakt is hard en vaak zelfs gevaarlijk, maar in het boek voelt het vaak nog alsof ze als journalist tussen de groep zat, vooral wanneer ze vragen stelde, terwijl ze in werkelijkheid waarschijnlijk veel meer bij de groep hoorde. Het wordt niet duidelijk uit het boek, maar ik ben benieuwd of er al aan is geschreven op het moment dat het gebeurde, of dat pas later het hele boek is opgesteld.

Infiltreren in de witwasserij

Het leven op straat omvat maar een deel van het boek, want later infiltreert ze in de wereld van het witwassen. Bij het kantoor waar ze probeert binnen te komen door te reageren op een advertentie, krijgt ze een slecht betaald baantje zodra blijkt dat ze kan typen. Ze ziet onder ogen hoe het witwaskantoor grote bedragen geld wegsluist, zonder gepakt te worden. Ze schrijft artikelen voor De Volkskrant onder de titel Cursus Witwassen. De zwendel blijft niet alleen in het witwaskantoor, maar blijkt zelfs naar een medewerkster van de Belastingkamer te leiden. Ook bij de overheid is er dus veel niet in de haak. Eén van die openzakkende-mond-momenten vond ik vooral het volgende fragment:

‘Het Openbaar Ministerie lijkt wel een incassobureau te zijn geworden,’ zegt PvdA-kamerlid Gerritjan van Oven toen in november 2001 bleek dat een grote fraude bij de bouw van de Schipholtunnel was afgedaan met een schikking. Verdachte bedrijven worden door het OM steeds vaker in de gelegenheid gesteld strafvervolging af te kopen. Gegevens van de Belastingdienst maken de omvang van de schikkingspraktijk duidelijk: de aflgelopen vier jaar ontdekte de dienst 1293 vermoedelijke fraudegevallen in de bouw. Ruim duizend zaken werden administratief afgedaan, lees: met een geldboete. (blz 106, 107)

Niemand doet iets tegen mensensmokkel

Het wordt nog erger bij de overheid, zo blijkt dat er amper iets wordt gedaan aan mensensmokkel. Stella Braam infiltreerde niet zelf – iets wat jammer is omdat ze dat bij alle andere “werelden” wel deed – maar vertelt uitgebreid aan de hand van mensen die ze heeft ontmoet hoe het eraan toe gaat in de Chinese Smokkelkeuken.

Slangenkoppen hoeven zich weinig zorgen te maken

Hoe gesmokkelde Chinezen via omwegen worden geleid, onderweg enorm slecht behandeld worden en telkens weer bij moeten betalen, om achteraf ook nog met een schuld te blijven zitten die je wel moet aflossen. Wat doet de overheid hieraan? Weinig, als je Tussen Gekken & Gajes leest. Er ontbreekt een gecoördineerde aanpak en veel officieren van justitie hebben geen belangstelling voor mensensmokkel. Daardoor blijven dossiers lang liggen, of worden ze helemaal aan de kant geschoven. De zogeheten “slangenkoppen” hoeven zich volgens Stella Braam weinig zorgen te maken, omdat politiekorpsen onderzoek naar Chinese mensensmokkel te kostbaar en te tijdrovend vinden.

… En nu?

Maar nu al deze informatie naar buiten is gekomen, is mijn vraag wat Stella Braam ermee gaat doen. Ze stelt aan de kaak wat er mis is met de hulpverlening en de overheid, maar hoe wil ze dit precies gaan veranderen? Haar boek is inmiddels al toe aan de vierde druk, dus is er met al die lezers eventueel al iets veranderd? Is er iets wat we kunnen doen, of kunnen we alleen maar onderzoeksjournalisten aan het werk zetten en hopen dat wat ze naar buiten brengen genoeg rumoer veroorzaakt zodat de overheid er iets aan zal gaan doen?

Ik denk dat een nawoord een hele goede optie was geweest voor Stella Braam om hier haar conclusies in te trekken of een oproep te doen, want een minpunt vond ik dat het boek ineens ophoudt. Het hoofdstuk over de Chinese smokkelkeuken wordt als verhaal op zich kort afgerond met wat er met Chinees Chen uit het verhaal is gebeurd, maar ineens volgen de laatste bronnen en is het boek abrupt afgelopen.

Tja, ondanks dat het net niet helemaal afronden voor mij een tegenvaller is, zet het boek je in ieder geval wel aan het denken. Zelfs als niet-journalist opent dit boek je de ogen met situaties waarvan je niet eens wist dat het zo erg is. En als journalist denk ik dat dit boek een heel goed voorbeeld is van participerende journalistiek, met een journalist die er echt op uit gaat en laat zien dat dat is hoe je “het wereldje leert kennen”.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s